Mijn ontelbare identiteiten

Onze identiteiten krijgen meestal vorm na iets van een botsing. Een botsing tussen het beeld dat die persoon, of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt. Dit verschil slijpt uiteindelijk ons zelfbeeld: soms geeft het ons een gunstig duwtje in de rug, helpt het ons weer op weg. Op andere momenten lopen we deuken op die moeilijk te repareren blijken. (79)

De persoonlijke ervaringen van het telkens maar weer herinnerd worden aan het feit dat je net geen ‘Nederlander’ bent, heeft Çankaya met dit werk fantastisch weten neer te zetten. Identiteiten staan ontegenzeggelijk centraal; de manier waarop ze worden geconstrueerd en voortgezet door woorden en handelingen wordt realistisch beschreven. Daarbij sluit hij – antropoloog van beroep – aan bij de grotere problemen binnen de ‘Westerse samenleving’, zoals BLM. Maar daarnaast vertelt Çankaya ook een persoonlijk verhaal dat goed de Nederlandse context illustreert. De problemen die hij in zijn carrière heeft aangekaart, zoals met het onderzoek naar discriminatie binnen de Nederlandse politieorganisatie, tonen het schrijnende racisme dat in Nederland aanwezig is. Het is nog altijd zó lastig bespreekbaar voor veel witte Nederlanders, een gegeven dat hij vlijmscherp weet te benadrukken. Het is een zeer welkom perspectief waarin identiteiten in Nederland in de loop van decennia gekoppeld worden aan een intrigerende en vervlochten cultureel-maatschappelijke geschiedenis. Zo speelt Nico Konst, jarenlang de voorzitter van de extreem-rechtste Centrumpartij, tevens geschiedenisleraar van Çankaya op de middelbare school, een centrale rol als symbool voor de verschuiving in de Nederlandse maatschappij, waarbij cultuur en etniciteit steeds meer de overhand hebben gekregen op sociaaleconomische problemen.

Naast het inhoudelijke belang is het ook nog eens geweldig geschreven. Door enkel te refereren aan sociaalwetenschappelijke concepten blijft het verhaal een persoonlijk verhaal, wat de leesbaarheid voor een breed publiek des te gemakkelijker maakt. Het leest vlot en creëert een bijzonder samenspel van inlevingsvermogen en bewustzijn voor de lezer. Het verhaal van een jongen en later man die iedere keer weer geconfronteerd wordt met opgelegde noties is absoluut non-fictie, want voor velen zijn de scenario’s die Çankaya schetst dagelijkse realiteit. Van zijn eigen jeugd tot de dagen dat hij onderzoek deed bij de politie, tot heel recent op zijn werk als universitair docent aan de Vrije Universiteit heeft hij te maken met het onvermogen om op momenten compleet de eigen waarde te bepalen. Kenmerkend is het volgende citaat:

Witheid is het decor waartegen wij ons dansje opvoeren. Witheid vormt het toonbeeld van wetenschappelijke distantie. (105)

Dit literaire debuut van Sinan Çankaya is bovenal een ongekend goede bijdrage binnen het bewustzijnsproces waartoe wij allemaal verplicht zijn. Het is een vlijmscherp verhaal dat ‘iedereen nú zou moeten lezen’, om de woorden van historicus Rutger Bregman te herhalen. De manieren waarop een ‘Ander’ gecreëerd wordt, en hoe het leidt tot de uitsluiting van deze ander, weet Çankaya haarfijn te illustreren. Daarbij weet hij continu een genuanceerde en persoonlijke toon te houden. Een geweldig boek.

Sinan Çankaya – Mijn ontelbare identiteiten

Laura H.

Het journalistieke meesterwerk van Thomas Rueb uit 2018 blijft intrigeren. De Nederlandse NRC-journalist is al vele malen geroemd om dit werk, maar dat weerhoudt mij niet om daar wat lof aan toe te voegen. Voor wie het nog niet heeft gelezen: dit is het verhaal van Laura H., het kalifaatmeisje uit Zoetermeer, dat in juli 2016 vanuit IS-gebied terugkeerde naar Nederland. Thomas Rueb gaat op zoek naar het hele verhaal. Wie is Laura? Wat maakte ze mee? Wat gebeurde er toen ze terugkwam? Waarom kwam ze terug? Zijn eigen journalistieke enthousiasme spat van de pagina’s en levert een fantastisch, genuanceerd narratief op waarin alle facetten naar voren komen die speelden rondom Laura, Nederland, en de gevreesde IS. Het is een bijzonder persoonlijk verslag dat raakt aan grotere thema’s.

Beginnend bij het moment waarop de rechtszaak begon in 2017, gaat Rueb met biografisch-journalistieke verve terug naar de vroege jeugd van het ‘kalifaatmeisje’ uit Zoetermeer. Haar vertrek naar IS-gebied wordt dan ook geplaatst binnen een veel complexer geheel waarin psychologische problemen, in combinatie met verkeerde invloeden, tekenend zijn geworden voor haar leven. De terugkomst werd in Nederland door de maatschappij en de politiek gekaderd in een eenzijdig narratief waarin ze enkel slechte intenties kón hebben. Rueb weet hier op briljante wijze een spiegel voor te houden voor de angsten die gepaard gaan aan de noties van ‘Westerse waarden’ en de nuance van het leven van een meisje.

Een centraal thema is het overlijden van het zieke broertje van Laura. Haar ouders breken; zien niet in dat jaren eenzijdige aandacht voor het broertje ongekende, negatieve invloed heeft op Laura. Invloed dat doorwerkt in haar schooltijd, haar vriendjes, haar problemen met aandacht. Haar keuzes lijden eronder, maar niet op een manier dat Rueb zaken goed probeert te praten. Tijdens het lezen krijg je juist een bijzonder beeld van verschillende percepties en hoe acties en gedrag verbonden zijn in grotere verbanden. Het biografische aspect is daarmee veel meer een kader voor bredere narratieven, waarin onder andere een getroebleerde jeugd te makkelijk miskend wordt, ook door Laura zelf.

Dat ze in Syrië terechtkomt is dan ook een spannende en schrijnende samenloop van omstandigheden, waarin een zieke relatie en het gemis van liefde een chemie veroorzaken waarin ‘het kan alleen maar beter worden’ de overhand krijgt. Laura grijpt, bijna verlamd, elke mogelijkheid aan om geaccepteerd en geliefd te voelen. Het is vervolgens zenuwslopend, als een thriller, hoe de wereld er voor haar uitziet en hoe ze probeert weg te komen uit een gebied waarin ze constant onderdrukt wordt.

De strijd die zich afspeelt in dit boek is ongekend persoonlijk, met groot belang aan liefde, achtergrond en omgeving, maar het is ook veel groter dan dat. Rueb weet het allemaal fantastisch te omschrijven, waarin zelfs zijn eigen auteurschap een rol speelt in het creëren van perspectief. Ongekend interessant is deze toevoeging om het niet alleen over Laura te laten gaan. Het zegt veel meer over beeldvorming en angsten die voor velen als vanzelfsprekend geacht worden. De nuancering die hier plaatsvindt is nog altijd van groot belang en zal dat ook nog jaren zijn.

Er schijnt ook een verfilming te komen van het boek.

Thomas Rueb – Laura H.

Een Naoorlogse Achtbaan.

“De recente geschiedenis van Europa is zeker niet alleen rooskleurig geweest. Er waren buitengewoon positieve ontwikkelingen, maar het beeld is geschakeerd. En er staan ons ernstige problemen te wachten.”

De positieve houding van Ian Kershaw aan het eind van De Afdaling in de Hel – Europa 1914-1950 is zo goed als verdwenen in zijn nieuwste historische werk: Een Naoorlogse Achtbaan – Europa 1950-2017. Niet geheel zonder reden overigens, zoals Kershaw zelf ook benoemt, want de huidige houding ten opzichte van de toekomst kan alleen maar ambivalent zijn, zeker in tegenstelling tot het vooruitzicht in 1950. Met dit meest recente boek benadert Kershaw de tweede helft van de 20eeeuw en het stukje 21eeeuw tot aan nu. Een bizar grote klus, maar het is hem toch aardig gelukt. De laatste zeventig jaar hebben veel diverse thema’s en ontwikkelingen gebracht, wat dit nieuwste boek erg verschillend maakt van het eerste deel. Waar in de eerste helft van de 20eeeuw evident genoeg ‘oorlog’ de rode draad was, is nu ‘onveiligheid’ het thema dat het meest de boventoon voert.

De titel van Kershaw’s Een Naoorlogse Achtbaan zegt het eigenlijk al. Het is een ‘kronkelige, oneffen weg van de ene naar de andere periode van onveiligheid’. Het is een verhaal ‘over draaien en wendingen, hoogte- en dieptepunten, voorbijgaande veranderingen en grote, steeds snellere transformatie’. Het grote verschil is echter dat een vaste baan eindigt op een bepaald punt, wat hier zeker niet het geval is. Ook, zoals Kershaw zelf noemt in het voorwoord, is de vergelijking met een pretparkattractie ‘te triviaal en zorgeloos over de ernst, zwaarte en vaak ook de tragiek van de naoorlogse Europese geschiedenis’. Heel mooi hoe hij dit weet te verwoorden.

Als doel in deze lastige en diverse geschiedenis van Europa stelt Kershaw een verklaring te geven voor ‘de complexe, meerduidige veranderingspatronen in Europa tussen 1950 en het heden’, waarin absoluut niet alles behandeld kan worden, maar waar een selectie van volgens hem cruciale gebeurtenissen de basis vormen voor meerdere thematische hoofdstukken. Die veranderingspatronen zijn grotendeels te zien als onderdeel van het bredere proces van ‘globalisering’. In dit boek betwijfelt Kershaw de positieve koers van dit proces. Op een compleet eigen manier maakt hij duidelijk wat de effecten waren van deze koers, wat hij op een intelligente en genuanceerde manier doet. Heel anders is van hem ook niet te verwachten.

Het succesverhaal van Europa zoals dat zich in 1950 lijkt te gaan voltrekken, pakt in meerdere opzichten verkeerd uit. Toch vormen technologische en maatschappelijke ontwikkelingen voor de grootste innovaties en voortgangen ooit, maar allemaal in de schaduw van de Koude Oorlog. Met dit werk krijg je een beter inzicht in de redelijk recente gebeurtenissen en de betekenissen daarvan voor het heden. Bijzonder knap heeft Kershaw dat weten neer te zetten. Zo ook is zijn houding op de toekomst erg diep en voornamelijk weemoedig pessimistisch. Dit pessimisme raakt je wel. Hij heeft het dan voornamelijk over klimaatverandering, sociale ongelijkheid en populisme. Maar gelukkig noemt hij de volgende woorden: ‘wat de toekomst betreft, op dat punt zijn de voorspellingen van een historicus niet beter dan die van wie ook’. In hoeverre dat hoop biedt mag je zelf bepalen.

Ian Kershaw heeft weer een prachtig naslagwerk van de geschiedenis geschreven, met bijzonder goede inzichten in recente gebeurtenissen, zoals die eigenlijk nog niet zo veel door historici behandeld zijn. Veel recente geschiedenissen gingen maar tot 2000. Kershaw verklaart de grote thema’s van het heden en met beter inzicht in het verleden, opent hij de weg naar de toekomst, zoals alleen hij dat kan.

Ian Kershaw – Een Naoorlogse Achtbaan. Europa 1950-2017
Het Spectrum 704 blz. €29,99