Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de Moderne Wereld

Koloniale geschiedenissen zijn geen binaire processen en dat geldt a fortiori voor de eerste grote dekolonisatieoorlog na de Tweede Wereldoorlog. Nogmaals: de wereld heeft zich ermee bemoeid en de wereld is erdoor veranderd. (p. 291)

In Nederland is het erg ‘pover gesteld’ met de koloniale en postkoloniale kennis. Zo zeer zelfs dat in 2006 de minister-president, een historicus nota bene, nog jubelend verwees naar de ‘VOC-mentaliteit’. Over de stamelende ‘Toch?’ dat volgde gaat Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de Moderne Wereld. Een grootse onderneming, waar David van Reybrouck vijf jaar over heeft gedaan. Aan de hand van allerlei getuigenverslagen vertelt hij een geschiedenis die lang niet zo bekend is, terwijl Nederlands-Indië en later Indonesië van enorm groot belang zijn geweest voor de Nederlandse geschiedenis, alsook voor de moderne geschiedenis van de wereld. De term Revolusi geeft bondig weer waar de kern zit: ‘geen unieke historische gebeurtenis waarvoor men een aparte term moet bedenken, maar een klassiek proces van grote sociale en politieke omwenteling vergelijkbaar met de Franse Revolutie’ (p. 310). Dit gehele proces vormt de rode draad, waar een lange geschiedenis bij komt kijken. Kijken naar het geheel is waar Van Reybrouck in excelleert, versterkt door de persoonlijke en individuele ervaringen.

Centraal staat de historische methode van ‘oral history’: de geschiedenis aan de hand van mensen die zelf aanwezig waren. ‘Alledaagse mensen hebben zoveel te zeggen’, en op die manier krijgt Revolusi een indrukwekkend persoonlijk perspectief, omringd door de grotere context van historische ontwikkelingen. Het onderzoek is erdoor enorm rijk aan verschillende invalshoeken. Het levert prachtige anekdotes op, die de geschiedenis van Indonesië in alle opzichten tot leven wekken, van de vroege koloniale verhoudingen in de samenleving, tot de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog, de volgende Proklamasi en de Politionele Acties, en verder. 

Waar in eerste instantie misschien juist het meeste uitgekeken wordt naar wat Van Reybrouck nu schrijft over deze ‘Politionele Acties’, toont het boek al gauw de veel bredere context waarin allerlei geweld en politieke onenigheid kon ontstaan. Verschillende fasen tonen hoe verdragen stuitten op partijpolitiek verzet in Den Haag, terwijl ter plaatse juist vooruitgang geboekt werd. Er was veel ellende, maar niet overal en niet altijd. Van Reybrouck weet vakkundig zaken te scheiden, en te doen samenlopen waar contexten horen samen te lopen. Het aandeel koloniale kennis van dit deel van de Nederlandse geschiedenis is absoluut verrijkt.

Wat postkoloniale kennis betreft, plaatst Van Reybrouck de antikoloniale en antiracistische tendensen van de jaren vijftig tot zeventig haarfijn binnen het kader van het structureel onderbelichte onafhankelijkheidsstreven onder Soekarno in de nieuwe Indonesische Republiek. De Conferentie van Bandung (1955) krijgt groot belang als tegenhanger van de grote Westerse conferenties die de moderne wereld vormden. Deze nuance is van ongekende waarde om de wereld steeds meer los te zien van, doch ook de grote invloed te zien van, de westerse, imperialistische lijnen die getrokken en opgelegd werden. Naast het West – Oost denken van de Koude Oorlog, ontstond een compleet nieuw soort Vrije Wereld, waarvan de invloed in de Moderne Geschiedenis nog niet zo exceptioneel was neergezet. Het succes van Bandung had echter niet de langdurige invloed die aanhangers hadden gehoopt.

Zelden lees je zo een compleet naslagwerk dat bovendien uitermate leesbaar is. De pen van Van Reybrouck en de scherpe historische inzichten, maken dit een buitengewoon werk, waar iedereen nog veel van kan opsteken. Het opent een geheel nieuwe wereld aan perspectieven en is een fantastische geschiedenisles, van kop tot staart. Aangekomen bij deze figuratieve staart brengt hij je vervolgens terug naar de hedendaagse realiteit.

Zo scherp en gefundeerd het historische onderzoek van Van Reybrouck naar voren is gekomen in dit boek, toont hij eveneens met zijn visie op het heden en de toekomst zijn geweldige talent: “Kolonialisme is niet langer iets territoriaals maar temporeels; het ergste ligt misschien niet achter ons, maar vóór ons. Wij gedragen ons als de kolonisatoren van de toekomstige generaties, wij ontnemen hun hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven.” (p. 521) Het is een confronterend slot, maar compleet gerechtvaardigd en goed onderbouwd. Het geheel van al deze invalshoeken maakt dit boek tot een monumentaal werk, zoals Congo. Een geschiedenis (2010) dat eerder ook werd.

David Van Reybrouck – Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de Moderne Wereld (2020)

Wittgensteins minnares

Onheuglijke tijd. Wat een uitdrukking is die ik misschien nooit goed begrepen heb, nu ik hem toevallig bezig.
Betekent onheuglijke tijd zonder heugenis, dus niet goed bij je hoofd, gek dus, of gewoon vergeten?

Taal biedt de mogelijkheid om de wereld te beschrijven, om ideeën en ervaringen van één persoon over te brengen op een ander persoon. Taal is een soort overeenkomst. Mensen begrijpen elkaar door de gedeelde opvatting dat een taal een bepaald beeld schetst. De Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein hield zich bezig met dergelijke taalfilosofie: ‘hoe kan het dat taal werkt?’ Het begeleidende nawoord in deze eerste Nederlandse uitgave van Wittgensteins minnares (1988) van Lieke Marsman benadrukt de invloed van Wittgenstein op deze roman van David Markson, waarin hij de wonderlijke grenzen, mogelijkheden en restricties van taal toont, wanneer er niemand meer is om taal aan door te geven. Enkel aan de lezer, want als lezer zie je een wereld gecreëerd worden dat samenhangt van onvolledigheden en onjuistheden, op plausibele manier neergezet. De latere Wittgenstein plaatste in Filosofische onderzoekingen ‘de essentie van taal niet langer in de relatie tussen taal en werkelijkheid, maar stelde dat de essentie van taal zit in hoe we taal gebruiken’. Maar hoe gebruik je taal in je eentje?

Wittgensteins minnares is een ‘filosofische road novel’ waarin eenzaamheid een centrale rol speelt. Het is een meesterlijke roman over verbeeldingskracht en de betekenis van taal, en hoe taal werkt als er niemand is om die taal mee te delen. Op momenten is het hypnotiserend hoe bepaalde constructies je niet meer loslaten. Aan de hand van flarden informatie en allerlei herinneringen en ‘feitjes’ ontrafelt zich langzaam een wereld die valt en staat bij de rangschikking van de laatste mens op aarde. Dat is hoofdpersonage Kate. Ze woont ergens aan een Mexicaans strand, maar reist – of heeft gereisd – over de hele wereld. Wat je leest zijn de hersenspinsels die zij zo nu en dan typt op een typemachine. De ene gedachte vloeit voort uit de eerdere gedachte, constant bewust van de feitelijke correctheid van constructies, terwijl de vrouw geregeld zonder heugenis is. Met reflecties in het heden op de voorwerpen om haar heen blikt ze terug op de meest willekeurige, vooral kunsthistorische, weetjes die ze in haar vorige leven allemaal heeft opgedaan, gekoppeld aan de nachten die ze spendeerde in musea in Rome, Parijs en Londen, tot Sint-Petersburg en New York, dwalend door doodstille straten en een verlaten Colosseum.

Het komt dan ook geregeld voor dat Kate pagina’s later teruggrijpt op een herinnering of feit dat ze aanhaalde, om die te verbeteren of compleet aan te passen. Deze roman is dan ook ongekend onconventioneel. Verwacht niet zo zeer een verhaal met een begin, midden en een slot. Het is altijd en overal, maar desondanks zeker niet lastig om bij te houden. De zinnen die worden neergezet zijn prachtig, vol diepere betekenis en verbeeldingskracht, waardoor je als het ware opgeslokt wordt in de wereld van Kate. Deze indrukwekkende roman laat je gegarandeerd niet snel meer los en laat je voortdurend afvragen wat nu werkelijkheid is.

David Markson – Wittgensteins minnares

Mijn ontelbare identiteiten

Onze identiteiten krijgen meestal vorm na iets van een botsing. Een botsing tussen het beeld dat die persoon, of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt. Dit verschil slijpt uiteindelijk ons zelfbeeld: soms geeft het ons een gunstig duwtje in de rug, helpt het ons weer op weg. Op andere momenten lopen we deuken op die moeilijk te repareren blijken. (79)

De persoonlijke ervaringen van het telkens maar weer herinnerd worden aan het feit dat je net geen ‘Nederlander’ bent, heeft Çankaya met dit werk fantastisch weten neer te zetten. Identiteiten staan ontegenzeggelijk centraal; de manier waarop ze worden geconstrueerd en voortgezet door woorden en handelingen wordt realistisch beschreven. Daarbij sluit hij – antropoloog van beroep – aan bij de grotere problemen binnen de ‘Westerse samenleving’, zoals BLM. Maar daarnaast vertelt Çankaya ook een persoonlijk verhaal dat goed de Nederlandse context illustreert. De problemen die hij in zijn carrière heeft aangekaart, zoals met het onderzoek naar discriminatie binnen de Nederlandse politieorganisatie, tonen het schrijnende racisme dat in Nederland aanwezig is. Het is nog altijd zó lastig bespreekbaar voor veel witte Nederlanders, een gegeven dat hij vlijmscherp weet te benadrukken. Het is een zeer welkom perspectief waarin identiteiten in Nederland in de loop van decennia gekoppeld worden aan een intrigerende en vervlochten cultureel-maatschappelijke geschiedenis. Zo speelt Nico Konst, jarenlang de voorzitter van de extreem-rechtste Centrumpartij, tevens geschiedenisleraar van Çankaya op de middelbare school, een centrale rol als symbool voor de verschuiving in de Nederlandse maatschappij, waarbij cultuur en etniciteit steeds meer de overhand hebben gekregen op sociaaleconomische problemen.

Naast het inhoudelijke belang is het ook nog eens geweldig geschreven. Door enkel te refereren aan sociaalwetenschappelijke concepten blijft het verhaal een persoonlijk verhaal, wat de leesbaarheid voor een breed publiek des te gemakkelijker maakt. Het leest vlot en creëert een bijzonder samenspel van inlevingsvermogen en bewustzijn voor de lezer. Het verhaal van een jongen en later man die iedere keer weer geconfronteerd wordt met opgelegde noties is absoluut non-fictie, want voor velen zijn de scenario’s die Çankaya schetst dagelijkse realiteit. Van zijn eigen jeugd tot de dagen dat hij onderzoek deed bij de politie, tot heel recent op zijn werk als universitair docent aan de Vrije Universiteit heeft hij te maken met het onvermogen om op momenten compleet de eigen waarde te bepalen. Kenmerkend is het volgende citaat:

Witheid is het decor waartegen wij ons dansje opvoeren. Witheid vormt het toonbeeld van wetenschappelijke distantie. (105)

Dit literaire debuut van Sinan Çankaya is bovenal een ongekend goede bijdrage binnen het bewustzijnsproces waartoe wij allemaal verplicht zijn. Het is een vlijmscherp verhaal dat ‘iedereen nú zou moeten lezen’, om de woorden van historicus Rutger Bregman te herhalen. De manieren waarop een ‘Ander’ gecreëerd wordt, en hoe het leidt tot de uitsluiting van deze ander, weet Çankaya haarfijn te illustreren. Daarbij weet hij continu een genuanceerde en persoonlijke toon te houden. Een geweldig boek.

Sinan Çankaya – Mijn ontelbare identiteiten

Honolulu King.

“Toen Hardy Hardy eenmaal begon te spreken, wenste iedereen met heel zijn hart dat hij zijn mond had gehouden. Hij werd gezien als een optimistisch en gemoedelijk mens die als Honolulu King met hawaïmuziek naam had gemaakt. Over de beestachtige moorden op zijn moeder, twee broertjes en zusje in juni 1946 hoorde je hem zelden. Totdat Hardy Hardy het nodig vond om zijn verhaal te vertellen. Ruim zeventig jaar later.”

Honolulu King - Anne-Gine Goemans Wanneer een Japanse sushi-zaak de deuren opent aan de overkant van de Indonesische toko van de tachtigjarige Hardy Hardy, voelt hij de drang om zijn grootse geheim uit zijn verleden op te biechten. Honolulu King van Anne-Gine Goemans vertelt het verhaal van Hardy aan de hand van werkelijk opgenomen opnames: een man die in Haarlem geniet van het leven, maar nog altijd achternagezeten wordt door zijn jeugd in Nederlands-Indië.

Samen met zijn kleindochter en zijn beste vrienden, waarmee Hardy in de band Honolulu Kings zat, runt Hardy de toko. Zijn leeftijd begint een probleem te vormen voor hem en de mensen om hem heen. Zijn vrouw belandt met zware dementie in een tehuis, waar ze de mensen uit haar leven niet meer herkent. Hardy gaat kapot aan de gevoelens die hem dat geven. Zo ook begint zijn verleden hem steeds meer op de hielen te zitten.

Hardy sluit zich aan bij een vrijmetselarij, opdat hij op die manier houvast kan behouden in wat hij verwacht dat de laatste jaren van zijn leven zijn. Daar eenmaal binnen besluit hij zijn geheim te vertellen. Geheimen binnen de vrijmetselarij blijven immers binnen dezelfde muren. Kan zo’n verschrikkelijk geheim wel geheim gehouden worden?

Het verleden dat Goemans aanhaalt uit de periode aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en vlak daarna in Nederlands-Indië is een heftige periode. Voor veel familiegeschiedenissen was deze periode ontzettend ingrijpend. Synne, de kleindochter van Hardy, komt in het bezit van een doos met geluidsopnames van haar opa. Zelf duikt ze in het moeilijke verleden van de man die zo belangrijk is in haar leven.

Deze roman, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, neemt je mee in het rijke en dynamische verleden van Hardy. De lijnen tussen goed en fout worden zo erg genuanceerd, dat de hevige en soms tegenstrijdige gevoelens overblijven. Goemans laat je al die emotie heel goed voelen, waardoor je helemaal opgeslokt wordt in Hardy’s verhaal en de betrokkenheid van Synne. Daarnaast toont het ook een fraaie, alternatieve kijk op Nederlands-Indië van tijdens en na de Bezetting.

Al met al, Honolulu King is misschien niet een boek waar je al gelijk op de eerste pagina in zit, maar wanneer het je even later dan toch echt grijpt, laat het je ook niet meer los. Het is erg mooi verteld in al de diepgang die de gevoelens van het verleden met zich meedragen.

Anne-Gine Goemans – Honolulu King
Ambo|Anthos 347 blz. €12,50