Onder de Drachenwand

“En ik dacht aan de schoonheid van het leven en aan de zinloosheid van de oorlog. Want wat was de oorlog anders dan een lege plek waarin het schone leven verdween? En op een dag, als laatste bevestiging van de zinloosheid, zou ook de plek zelf worden opgelost waarin het mooie leven verdwenen was. En dan? Wat het ook geweest was, nu was het er niet meer.”

Afbeeldingsresultaat voor onder de drachenwandEen droevig citaat, en toch zo treffend voor het algehele idee in het boek van Arno Geiger. Veit Kolbe, chauffeur in het Duitse leger, raakt in 1944 gewond, waarna hij met verlof terug mag naar zijn thuis in Oostenrijk. Daar, aan de hand van brieven, raakt de auteur de kern van de uitzichtloosheid en het absurde dat het naderende einde van de oorlog teweegbracht. Terwijl Hitler opriep tot het vechten ‘tot de laatste man’, richt Kolbe zijn blik op de schoonheid van het leven. Het is mooi, aangrijpend en op momenten toch ook wel heel erg schrijnend.

Kolbe ontvlucht zijn ouders in Wenen, waar het oorlogssentiment welig tiert, en hij zoekt zijn toevlucht ‘onder de Drachenwand’, in het plaatsje Mondsee. De fysieke en mentale schade die vijf jaar oorlog hem hebben bezorgd aan het oostfront, maken plaats voor rust en de mogelijkheid om de draad van het leven weer op te pakken. Gebaseerd op zijn brieven, schetst Geiger de zinloosheid en absurditeit van de oorlog en het leed dat ook onder de samenleving veroorzaakt werd. In zijn kleine huisje in Mondsee, raakt Kolbe bevriend met ‘de Braziliaan’ en wordt hij verliefd op Margot. Beide relaties lokken reacties van de plaatselijke bevolking uit, kenmerkend voor de houding van de maatschappij in het verscheurde en wanhopige Derde Rijk.

Arno Geiger focust zich in dit boek niet alleen op Kolbe. Ook Oskar Meyer en Kurt Ritler komen aan de hand van brieven aan bod. Beide personen zijn prachtige toevoegingen aan het algehele verhaal. Zo was Ritler een van de jonge jongens die in de laatste periode van de oorlog opgeroepen werd om te strijden tegen het Rode Leger, dat al op enkele tientallen kilometers van Berlijn verwijderd was. Ritler was een van de vele jongens die zonder voldoende training en zonder helm (hun hoofden waren immers te klein en zijzelf niet sterk genoeg voor de Stahlhelm) als laatste verdediging ingezet werden, refererend aan het letterlijke principe van het tot de laatste man vechten.

Een van de meer ontroerende en aangrijpende passages in het boek beslaan toch die van Oskar Meyer. Waar Ritler en Kolbe een band in het boek hebben, ontbreekt die met Meyer. Meyer is een Weense Jood. In principe zegt dit al genoeg voor ons, maar voor hem – en dit geeft Geiger weergaloos weer – betekende het van dag op dag leven in de grootste onzekerheid en de alsmaar toenemende haat van de samenleving jegens hem en zijn familie en vrienden. Het is intens schrijnend om te lezen en elk woord hoop je dat het goed met hem afloopt.

Toch draait het boek voornamelijk om Kolbe, en zijn leven in Mondsee. Het beslaat exact het jaar dat hij met verlof was. Het is prachtig gebracht door Geiger, met enorm veel gevoel. Kolbe, maar ook Meyer, koesteren de kleine, alledaagse dingen in een wereld die compleet ontwricht is door oorlog. Dat maakt dit verhaal tot een klein meesterwerk.

Arno Geiger – Onder de Drachenwand
De Bezige Bij 400 blz. €24,99

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s